|
| |

- De vereniging van Brandassuradeuren heeft
richtlijnen opgesteld waarvan hier een aantal worden vermeld.
- Vaak zal echter de definitieve invulling van
het aantal en soort blusmiddelen worden bepaald door de bouw- en
gebruiksvergunning.
-
- Aantal blustoestellen.
-
- Als algemene regel geldt dat in een pand per
200 m2 (of een gedeelte daarvan) tenminste één draagbaar
blustoestel aanwezig te zijn met een minimum van 2 per vloer. Bij verdiepingen
kleiner dan 100 m2 kan met één blustoestel worden volstaan.
Hetzelfde geldt voor vrijstaande gebouwen kleiner dan 50 m2, wanneer
deze uitsluitend in gebruik zijn voor opslag van niet brandgevaarlijke goederen
dan wel in gebruik zijn als kantoor, kantine etc.
- Bij de berekening van het vloeroppervlak
dienen ruimten die niet via een deur met elkaar in verbinding staan te worden
gezien als twee afzonderlijke ruimten.
-
- Onder één blustoetsel wordt verstaan:
-
- Het aantal CO2 blussers mag niet meer bedragen
dan de helft van het totaal aanwezige blustoestellen. Van deze regel mag alleen
worden afgeweken wanneer de omstandigheden een groter aantal CO2 blussers
rechtvaardigen. Bijvoorbeeld bij computerruimten, electrische installaties etc.
-
- Plaatsing blustoestellen.
-
- Blustoestellen moeten zodanig over een pand
zijn verspreid, dat deze bij brand direct te herkennen en gebruikt kunnen
worden.
-
- Als algemene richtlijn geldt daarbij dat
blustoestellen en brandslanghaspels:
-
 | duidelijk zichtbaar moeten zijn; indien
nodig m.b.v. pictogrammen |
 | opgesteld moeten worden in of bij
vluchtwegen als gangen, trappenhuizen entree's, nooduitgangen etc. |
 | altijd gebruiksklaar moeten zijn. |
|